
Hoe ik de waarde van ontwerpen herontdekte en zag wat het kan toevoegen aan maatschappelijke opgaven
Tijdens mijn studie Bouwkunde aan de TU Delft leerde ik ontwerpen. Destijds ging dat over de fysieke wereld van gebouwen en buurten. Pas jaren later, toen ik op beleidsafdelingen bij de gemeente Den Haag werkte, begon ik te begrijpen dat ik in Delft iets veel breders had geleerd.
Ik werkte bij de gemeente aan maatschappelijke opgaven. Ik kende mijn dossiers goed, wist wat er speelde en had aan talloze overlegtafels met collega’s, inwoners en samenwerkingspartners geprobeerd zaken in beweging te brengen.
Toch merkte ik dat sommige opgaven ondanks al die inzet nauwelijks verder kwamen. Dat vond ik frustrerend. Eerlijk gezegd had ik op een gegeven moment weinig meer te verliezen door het eens anders aan te pakken.
Daar is mijn hernieuwde interesse in ontwerpen begonnen.
Maatschappelijke opgaven laten zich niet vooraf bedenken
Veel maatschappelijke opgaven beginnen met een heldere ambitie. We willen betere zorg organiseren. De leefbaarheid in een wijk versterken. De dienstverlening verbeteren. Of beter samenwerken rond een ingewikkelde opgave. De richting is duidelijk. De route ernaartoe vaak niet.
Wanneer verschillende organisaties of afdelingen samenwerken, ontstaat onderweg nieuwe informatie. Belangen blijken anders te liggen dan gedacht. Bewoners, professionals en bestuurders kijken vanuit verschillende ervaringen naar dezelfde opgave. Een idee dat op papier logisch lijkt, vraagt in de praktijk soms iets heel anders.
Dat is geen teken dat een programma vastloopt. Het hoort bij de aard van maatschappelijke opgaven. Gaandeweg begon ik te begrijpen dat dat de reden is dat een ontwerpende blik hier van grote waarde is. Ontwerpers zijn namelijk gewend om te werken in situaties waarin de oplossing nog niet vaststaat.
Ontwerpen begint niet met een oplossing
Veel mensen denken bij ontwerpen aan een eindresultaat. Een gebouw, een product of een logo. Maar veel belangrijker is dat ontwerpen begint met begrijpen. Met kijken, luisteren, vragen stellen en verschillende perspectieven onderzoeken. Omdat goede oplossingen ontstaan door je oordeel uit te stellen. Waarna een ontwerper niet start met een plan schrijven om bij een eindresultaat te komen, maar met ideeën zichtbaar maken, deze uitproberen en weer verbeteren.
Die manier van werken ben ik steeds meer gaan benutten in de maatschappelijke opgaven waaraan ik werkte. Niet om de lopende programma’s en plannen te vervangen, maar om ruimte te maken voor iets wat vaak nog ontbreekt: een gedeeld beeld van wat de opgave werkelijk vraagt en een stap voor stap methode om verder te komen.
Een praktijkvoorbeeld
De meerwaarde hiervan zag ik heel duidelijk terug tijdens een ontwerptraject rond de nieuwe aanpak van inburgering bij een gemeente. De ambitie was helder. De gemeente wilde dat inburgering over meer zou gaan dan taal leren alleen. Er lag een duidelijke visie en er was veel kennis en allerlei samenwerkingspartners aanwezig.
In plaats van op basis van de visie verschillende scenario’s uit te werken, begonnen we met onderzoeken en begrijpen. Dat deden we samen met inburgeraars en samenwerkingspartners. Pas toen er een gedeeld beeld was ontstaan van wat de behoefte daadwerkelijk was, ontwikkelden we samen verschillende ideeën voor een nieuwe aanpak en toetsten die steeds opnieuw aan de praktijk.
Wat mij tijdens dat traject vooral opviel, was dat de belangrijkste doorbraak niet ontstond toen we een goed idee bedachten. Die ontstond toen mensen de opgave steeds beter gezamenlijk begonnen te begrijpen. Vanaf dat moment hoefden ideeën veel minder verdedigd te worden. Mensen bouwden voort op elkaars inzichten en ontwikkelden samen oplossingen waarin de kennis en ervaring van alle betrokken partijen samenkwam.
Dat maakte voor mij opnieuw zichtbaar wat een ontwerpende aanpak toevoegt.
Waarom beeld daarin zo belangrijk is
In mijn werk gebruik ik veel beeld. Ik zie beeld als middel om van wat in hoofden zit een gezamenlijk verhaal te maken en om tot concreetheid te komen. Een schets maakt zichtbaar waar mensen iets anders bedoelen. Een prototype nodigt uit om een idee uit te proberen. Bouwmateriaal op tafel laat zien waar prioriteiten liggen. Een visualisatie helpt om verbanden te zien en gesprekken concreter te maken.
Beeld is voor mij daarom geen eindproduct, maar een ontwerpinstrument. Het helpt om samen te begrijpen, nieuwe mogelijkheden te ontwikkelen en stap voor stap verder te bouwen.
Waar mijn werk begint
Mijn opdrachtgevers komen meestal niet bij mij omdat ze een ontwerpende aanpak zoeken. Mijn opdrachtgevers zijn leiders van programma’s die verder willen, maar merken dat de beweging stokt als ze dat doen zoals ze dat altijd deden.
Ze hebben geconstateerd dat er meer nodig is dan een goede organisatie of programmamanagement. Sterker nog: er is vaak al een programmateam, een planning, een overlegstructuur en een groep betrokken professionals die zich met hart en ziel inzet voor de opgave.
Wat ik mijn opdrachtgevers vervolgens vertel is dat al deze inzet op project- of programmamanagement zeker zal helpen om een plan uit te voeren. Maar dat het de moeite waard is om eens te ervaren wat ontwerpkracht kan doen om samen de volgende stap te ontdekken én te ontwikkelen.
Wat ik zelf heb geleerd
Toen ik voor het eerst kennismaakte met een ontwerpende aanpak in het maatschappelijk domein vond ik het soms ongemakkelijk om mijn oordeel nog even uit te stellen. Om ruimte te maken voor verschillende perspectieven en te verdragen dat ik nog niet precies wist waar we uit zouden komen.
Inmiddels heb ik al vele trajecten op deze manier begeleid. Steeds opnieuw zie ik hetzelfde gebeuren. Wanneer mensen de tijd nemen om de opgave eerst echt samen te begrijpen, ontstaan oplossingen die rijker en betekenisvoller zijn dan iemand alleen had kunnen bedenken. Oplossingen waarin de kennis en ervaring van de betrokken partijen of deelnemers samenkomen en die daardoor veel meer kans hebben om het verschil te maken in het leven van mensen.
Lees hier verder over het ontwerptraject voor een nieuwe inburgeringsaanpak.






